Van vervallen kerk tot bruisend cultuurcentrum
Van vervallen kerk tot bruisend cultuurcentrum

Van vervallen kerk tot bruisend cultuurcentrum

13-maart-2019

‘Alleen al voor een eerste renovatie was 1 miljoen euro nodig’
‘Dit is wel mijn levenswerk, mijn tweede kindje’

Harry Hartsema is de drijvende kracht achter de activiteiten in de Margaretha Hardenbergkerk.
FOTO Peter Wassing

Pieter Broesder


Is er een toekomst voor een kerk die niet langer als gebedshuis gebruikt wordt? Ja, bewijst de Stichting Wildervanck-Wildervank die de Margaretha Hardenbergkerk in 2007 voor 2 euro in handen kreeg.

Het oudste cultuurmonument van de gemeente Veendam, de zeventiende-eeuwse Margaretha Hardenbergkerk in Wildervank, heeft vele stormen doorstaan. De laatste 10 jaar als cultuurcentrum.

Als een baken bepaalt het monument al eeuwenlang (mede) het dorpsaanzicht. Generaties Wildervanksters kerkten er, werden er gedoopt of traden er in het huwelijk. Als godshuis is het gebouw niet meer in gebruik. Door het samengaan van de hervormde en gereformeerde kerkgemeenten, was de kerk overbodig geworden. Voor het eeuwenoude pand moest een nieuwe eigenaar worden gevonden. Stichting Wildervanck-Wildervank, in 1997 opgericht toen de oude veenkolonie Wildervank het 350-jarig bestaan vierde, kreeg het in bezit.

Als cultuurcentrum heeft het gebouw naam gemaakt met concerten, presentaties en andere culturele activiteiten. Het monument is de thuisbasis van het Veenkoloniaal Symfonieorkest (VKSO),  toneelvereniging Ivo en Popkoor Funism. Al die jaren staat Harry Hartsema er aan het roer. Hij is voorzitter en manusje van alles. Hij maakt schoon, regelt dingen en smeert ook broodjes voor  het VKSO als het nodig is.

Hartsema vertelt over de begindagen. “De stichting kwam niet in een gespreid bedje terecht. Ik kreeg tranen in de ogen toen ik hier binnenstapte. Er was zwam, het stucwerk was aangetast, er  as waterschade. En dat is geen verwijt naar de kerkgemeente. Die was al zo klein, die kon het onderhoud niet meer doen.

De stichting stond zeker niet te springen om de kerk over te nemen. “De kerkgemeente wilde het gebouw eerst overdoen aan de Stichting Oude Groninger Kerken. Dan moest er wel een  bruidsschat meegegeven worden van 3,5 ton. Dat geld was er niet.’’

Toen werd er met een scheef oog naar ons gekeken. Konden wij de kerk niet overnemen? In die tijd waren binnen de stichting vooral Jan Greven en ik actief. Ik zag het helemaal niet zitten. Mijn hemel. Jan en ik waren amateurs, hobbyisten. Wat moesten we met een gebouw met enorm veel achterstallig onderhoud? Alleen al voor een eerste, grondige renovatie was zeker 1 miljoen  Euro nodig.

Uiteindelijk deden ze het toch. “Na indringend overleg, om het zo te noemen. Het eerste jaar waren we eigenlijk aan het oriënteren en inventariseren wat er gedaan moest worden. We hadden niks. Ja, er lag een subsidie voor de renovatie van het orgel. Wat moesten we daarmee? Geld voor het opknappen van een orgel in een kerk die lek was en waar het stucwerk naar beneden kwam. Na lang aandringen mocht het geld anders gebruikt worden.

Er was meer nodig. De stichting klopte aan bij het Nationaal Restauratiefonds. “We konden een half miljoen euro krijgen, op voorwaarde dat we zelf ook 150.000 euro op tafel zouden leggen. Ga er maar aan staan. Dat hadden we niet. Maar via allerlei andere fondsen en acties die we zelf hielden, kwam het geld er, en konden we aan de slag.”

Eerst werd alles wind- en waterdicht gemaakt. Toen volgde een restauratieslag binnen. Pas na lang en hard werken konden tien jaar geleden de eerste culturele activiteiten van de stichting gehouden worden. “Vergeet niet: het meeste werk werd en wordt door vrijwilligers gedaan. Vijftig vrijwilligers helpen mee bij de schoonmaak en het onderhoud, ook van het kerkhof waar monumentale grafmonumenten staan van bekende Wildervanksters.”

Wat een werk is er verricht. Wat is er veel veranderd. Er kwam een keuken, een toiletblok en nieuwe verwarming. In een oud gebouw als dit blijf je bezig. Het is elk jaar weer een kunst de begroting rond te krijgen. Jaarlijks zijn we alleen al 6000 euro aan de verzekering kwijt. Gas en licht: nog eens 6000 euro. Tel zo maar op.’’

Hartsema is de spreekwoordelijke spin het web. Maar hij moet werk overdragen. Noodgedwongen. “Ik ben ziek. Kanker. Daar ben ik open over. Niemand heeft er wat aan als ik bij de pakken neer ga zitten. Zolang het nog kan, loop ik mee en probeer ik de zaak zo goed als mogelijk over te dragen. Dit is wel mijn levenswerk, mijn tweede kindje. Ik heb periodes gehad dat ik hier meer dan acht uur per dag was. Mensen verwijten me wel eens dat ik niets uit handen kan geven. Dat vind ik ook moeilijk. Ik ben graag overal bij betrokken – ook om erop toe te zien dat het goed gaat. Maar het draait niet om mij. Ik sta in dienst van de gemeenschap.’

En juist die (dorps)gemeenschap zou hij meer in het cultuurcentrum willen zien. “We hebben een goede samenwerking met obs Westerschool hier in het dorp. Maar veel mensen uit Wildervank zijn nog nooit binnen geweest. Is het omdat dit een oud kerkgebouw is, dat ook nog eens omringd is door een kerkhof? Zeg het maar.’’

“Toen wijk- en buurtbeheer een jubileum te vieren had en dat bij ons wilde doen, hebben we vijfduizend flyers rondgestuurd. De entree voor het feest was 3 euro, inclusief twee consumpties. De zaal kwam niet vol. Waarom niet, vraag ik me dan af. Als mensen iets missen: laat het ons weten.’’

Via @DvhN